Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Kroniek uit vergeelde folianten

Damme St Kristoffel hoeve
De grafstede Watelle
 
Door Alfons de Bruycker
 
De bijzonderste begraafplaats van het aloude kerkhof te Damme is zeker deze van de familie Watelle.
Wanneer men de naam Watelle hoort denkt men, zelfs nu nog, aan het oud vermaard hof van  St-Kristoffel aan de Damse vaart, dat vele, vele jaren hun eigendom was.
 
“Chyrurgyn”
 
De meest gekende telg van deze stam is zeker wel Franciscus Watelle, “ghesworen chyrurgyn ’s lands van den vrijen” en later ook burgemeester van de stad.
De familie Watelle is eigenlijk afkomstig uit het plaatsje Honnécourt, niet ver van Kamerijk in Frankrijk. Rond de helft der 17e eeuw woonde daar Nicolaas Watelle. Zijn zoon Anthony werd er geboren in 1685. Deze laatste huwt te Brussel in 1717. Zes jaar later wordt daar Joannes Petrus Watelle geboren, die in 1740 te Brugge in de leer komt bij chyrurgyn De Vliegher. In het jaar 1748 trouwt Joannes met Isabella De Cnock en vestigt zich te Oostkerke. De eerste mei 1756 echter komen zij te Damme wonen in het huis “De Sleutel” aan de Hoogstraat, in onze tijd eigendom van de familie Van Raepenbusch. Hij huurde het huis aan het Hospitaal te Damme “ten pryse van zes ponden grooote sjaers”. In de oude rekeningen noemt men Joannes Watelle: “ghesworen chyrurgyn ’s lands van den vrijen, coopman ende poorter dezer stede”
Johannes Watelle had acht kinderen. De bijzonderste was Franciscus Jacobus, de latere heelmeester en burgemeester van Damme. Hij werd in 1760 te Damme in “De Sleutel” geboren. Slechts 21 jaar oud wordt hij eigenaar van de St-Kristoffelhofstede te Damme, het vermaarde hof, dat zo schilderachtig gelegen is aan de Damse vaart. De vroegere eigenaar was Kanunik Van Der Stricht, proost van O.L.Vr. te Brugge. Daarom wordt het gebouw heden nog “proostdij” genoemd. Deze Van Der Stricht had alle bijzondere gebouwen te Damme in eigendom.
 
Napoleon in de proostdij ?
 
Tijdens de franse revolutie staat Franciscus Watelle, in de registers bekend als “officier de santé”. Hij was inderdaad heelmeester, maar we vinden hem nergens in het politieke leven terug.
Men zegt dat Napoleon Bonaparte in de “proostdij” zou geslapen hebben in 1803 of 1810. Stijn Streuvels was een zeer bijzonder begaafd schrijver, maar geen historicus. Deze vermelding komt heel zeker voort van de uitbaatster van de “Leeuw van Vlaanderen” waar Streuvels verbleef. Zij noemde Blauwet en was aanverwant aan de familie Watelle. Het is hier verbeelding of traditie die een rol speelt.
Als echter op 28 fructidor van het jaar VI, de municipale raad van het kanton Damme, de eerste leden benoemt van het bestuur “Buergelijke hospitalen” wordt Johannes Dullaert de voorzitter, en Sieur Franciscus Watelle de geheimschrijver. Hij is dus de eerste secretaris van de kommissie van openbare onderstand geweest. Enkele jaren later werd hij burgemeester.
Zoals reeds gezegd, was hij een vermaard heelmeester. In de hovingen van de St-Kristoffel, in de schaduw van enige op taxussen gelijkende bomen, die heden nog bestaan, had hij een speciale kruidentuin met geneeskundige planten. Tot voor enkele jaren wisten de bewomers van het hof nog de “medicijnkamer” aan te duiden. Hij schreef eigenhandig een lijvig boek over behandeling van verschillende ziekten.
Van Franciscus Watelle en zijn echtgenote Regina De Sutter, bestaan er nog twee geschilderde portretten. De oudste, van de hand Odevaere, dateren van 1797 en zijn eigendom van de kinders Van Damme te Dudzele. In nalatenschap van advokaat De Schepper, eveneens afstammeling van de familie Watelle, was er een kopie, meesterlijk geschilderd in 1878 en getekend “Duyck”. Deze zijn heden in eigendom van de h. Leon Watelle, gewestelijk gemeenteontvanger op rust, te Brugge.
 
De grafkelder.
 
Amper 67 jaar oud, op de hoogdag van Allerheiligen 1827, stierf burgemeester Watelle op St-Kristoffel. Daar waar zijn ouders eertijds in de kerk begraven werden, was dit in die jaren niet meer toegelaten. Daarom werd voor hem, op het kerkhof, juist voor de kalvarieberg, een grafkelder gemetst, midden de grote wegel. De kelder is omtrent 5 meter breed en ietwat langer. De ingang wordt bedekt door een zwaren arduinen steen, waarop in diepe letters, ten eeuwigen dage, gebeiteld staat :
 
INGANG
DER BEGRAAFPLAATS
VAN DE FAMILIE VAN
D’HEER
FRANCISCUS WATELLE
IN ZIJN LEVEN
BURGEMEESTER
DER STEDE VAN DAMME
OVERL. DEN 19 BER 1827
OUD 68 JAAR
 
De steen is inderdaad de ingang, Deze moet voortgerold worden om de ingang vrij te maken. Hier stond weleer een houten trap. Een rondbogige opening, zonder deur, geeft toegang tot de eigenlijke begraafplaats. Ik heb deze kelder gezien in 1957, bij de begrafenis van Rochus Watelle. Er stonden toen 12 kisten in, zes rechts en zes links, met in het midden een kleine gang. In deze gang heeft men de kist van Rochus Watelle geplaatst. Er stond een weinig water in de kelder. De vloer is van blauwen aarden tegels.
Rochus Watelle zelf heeft me dikwijls van deze kelder verteld. Hij heeft er zelf zijn moeder, zijn broer en zijn zuster in begraven. Rochus was immers roededrager in de kerk en bovendien grafmaker. Hij was heel vertrouwd met zijn “familiekelder”, welke hij bij gelegenheid van elke bijzetting, met veel zorg reinigde, water uitschepte, de vloer dweilde en grote kuis hield ! De meest vermolde kisten werden er zomaar uitgehaald en de beenderen incluis. Deze werden eenvoudig achter de kalvarieberg geworpen tussen het opgeschoten gras en netels, terwijl de versleten resten van de kisten hem tot stoofhout dienden .
De grafkelder van de familie is niet meer toegankelijk. Deze werd in 1966 gedempt vanwege de slechte staat  ..
 
Rochus wist te vertellen van zijn groottante Ursula Watelle, die met koster De Bel getrouwd was, dat zij in een kist lag waarvan het deksel al verwijderd was. Haar beenderen lagen onaangeroerd, in tamelijk bewaarde roze zijde, waarmede de kist gevoerd was. In een andere open kist lag een jonge vrouw, met twee zeer lange blonde vlechten. Zijn eigen vader Petrus Watelle, die men eerst in een gewoon graf gelegd had, heeft Rochus opgegraven en in een “vaderlandertje”, het was destijds oorlog, in de kelder bijgezet.
Nadat ook Rochus Watelle bij zijn voorvaderen was neergelegd in 1957, is voor het laatst de steen teruggerold en toegemetst…. Ten jongsten dage !